COLUMN / Rode woede en blauwgroene rust

In deze vierdelige columnreeks keert Saar Lermytte terug naar waar het menselijke denken ooit begon: bij wat ademt, pulseert, kleurt en kronkelt. Wat als we de mens als maat der dingen loslaten en ons laten inspireren door andere vormen van bestaan? Vanuit niet-menselijke levensvormen herdenkt Lermytte de meest vanzelfsprekende ideeën over kennis, taal en rationaliteit.

In het warme, heldere water tussen de Rode Zee en de koraalriffen van Indonesië leeft de sepia. Tussen vissen die als losse gedachten van steen naar steen schieten – ronde, door de stroming gepolijste stenen, begroeid met wier dat zich loom uitstrekt. Het is een koppotig dier, verwant aan octopussen en pijlinktvissen, met acht armen en twee langere vangtentakels die aarzelend het rif aftasten. Zijn lichaam, omrand door een brede vin die hem dartel door het water draagt, kan tot vijftig centimeter lang worden en wordt aangedreven door drie harten. Maar het is niet zozeer zijn vorm die hem uitzonderlijk maakt, het is zijn oppervlak. 

De huid van de sepia is een levend scherm, opgebouwd uit duizenden kleurzakjes, chromatoforen, die net als pixels voortdurend verschieten van kleur. Onder directe aansturing van het zenuwstelsel tonen ze wat er in hem omgaat: opflakkerend rood bij woede, zacht blauwgroen bij rust, nerveuze zwart-witstrepen bij angst. Een soort van blozen, maar dan voor elke mogelijke emotie. De sepia verleidt zijn vrouwelijke soortgenoten niet met kracht of grootte, maar met gevoel. Onder een luid orkest van water dat kolkend en klaterend zijn weg baant door holtes en kieren, toont hij haar zijn emoties, breed uitgesmeerd over zijn huid.

“Ons woord voor emotie komt van het Latijnse emovere: naar buiten bewegen. Bij de sepia is die beweging zichtbaar en vanzelfsprekend: wat zich vanbinnen roert, vindt onmiddellijk een weg naar buiten.”

Ons woord voor emotie komt van het Latijnse emovere: naar buiten bewegen. Bij de sepia is die beweging zichtbaar en vanzelfsprekend: wat zich vanbinnen roert, vindt onmiddellijk een weg naar buiten. Wij daarentegen hebben dammen gebouwd, grenzen, gevels, dijken. Niet alleen in het landschap, maar ook in onszelf. Met René Descartes kregen die dammen een filosofisch fundament. Ik denk, dus ik ben, schreef hij en daarmee schoof hij de rede naar voren als kern van het bestaan, los van het voelende lichaam en de levende wereld daaromheen.

Voor Descartes moest kennis vooral helder en controleerbaar zijn. Emoties waren grillig, onbetrouwbaar en dus onbruikbaar, iets wat ingedamd moest worden. Het hoeft niet te verbazen dat de filosoof in zijn relatief korte leven zelden het gezelschap van de oceaan opzocht. Liever wandelde hij in Amsterdam langs rechtgetrokken stukken rivier, waar het water zich lusteloos door gekanaliseerde aderen richting zee liet voeren.

Lange tijd bevolkten sepia’s de koraalriffen in zulke aantallen dat niemand zich aan een telling waagde. Maar de afgelopen tien jaar zijn die aantallen zodanig geslonken dat ze zich laten tellen. In de Indo-Pacifische regio spreken onderzoekers voorzichtig over enkele duizenden tot tienduizenden exemplaren. Een afname van zo’n zestig procent sinds de jaren tachtig. Het water warmt op en verzuurt. Koraal trekt bleek weg en brokkelt af. Deze ingewikkelde bouwwerken van miljoenen jaren oud dragen een kwart van al het oceaanleven. In nauwelijks veertig jaar tijd zijn ze vervallen tot een kerkhof van versteende onderwaterbloemen. De sepia blijft verweesd achter in een landschap dat hem eeuwenlang vertrouwd was.

“Soorten die verdwijnen worden zorgvuldig in balkjes gegoten, netjes gerangschikt in dalende reeksen. Hier en daar zakt zo’n balkje onder de horizon.”

Recente cijfers van het WWF tonen dat de gemiddelde omvang van wilde dierpopulaties sinds 1970 met zo’n 73% is gekrompen. We weten dat. We hebben cijfers en grafieken. Soorten die verdwijnen worden zorgvuldig in balkjes gegoten, netjes gerangschikt in dalende reeksen. Hier en daar zakt zo’n balkje onder de horizon. Tot vlak daarvoor kleurt het van geel naar oranje naar felrood. Maar spreken in cijfers en grafieken is als regen meten om een storm begrijpelijk te maken. En wie regen meet, merkt te laat dat het huis onderloopt.

We grijpen naar cijfers omdat ze afstand creëren, een schuilplaats waarin we niet hoeven te voelen wat er werkelijk op het spel staat. Want voelen doet soms pijn. Het maakt de wereld instabiel, graaft een gat in je buik, beweegt als een school sardines woest kolkend door je lijf. Je organen lijken van plaats te veranderen. De grond verschuift. Alles wat vast leek, wordt vloeibaar. Om het onbekende op afstand te houden, trekken we dammen op en zoeken we, in de geest van Descartes, beschutting in rationaliteit en controle. 

Maar die afscherming heeft een prijs. Alleen door te voelen, raken we betrokken, komen we in beweging en kan er iets veranderen. Volgens schrijver Amitav Ghosh hangt de ecologische crisis nauw samen met een crisis van ons gevoelsleven. Om de impact van de huidige klimaatproblematiek echt te begrijpen, moeten we de gevolgen ervan durven te voelen. De rede alleen volstaat niet.

Of zoals journalist Tine Hens scherp stelt: niet een emotie als woede verknoeit de aarde, zelfs wanhoop niet – die zijn begrijpelijk in het licht van wat we weten. Het zijn onverschilligheid en apathie die vernietigend werken. Juist door ons af te sluiten van wat we voelen, ontnemen we onszelf de drijfkracht om te handelen en verandering in gang te zetten. Want woede kan systemen doen wankelen. Verdriet kan ons dwingen om even stil te staan. Rouw kan zichtbaar maken wat we verloren zijn. Blijdschap kan tonen wat mogelijk is.

We hebben landschappen naar onze hand gezet, koraal doen verbleken, rivieren rechtgetrokken en onze emoties ingesnoerd. Stel je eens voor dat ze zichtbaar waren. Dat woede in zwart-wit strepen over ons gezicht trok, vreugde geel oplichtte, verdriet ons blauw kleurde. Hoe ongemakkelijk dat zou zijn, maar ook hoe eerlijk. Hoe moeilijk het zou worden om ons te verschuilen achter gladde woorden, cijfers en balkjes. Hoe krachtig het zou zijn om samen kleur te bekennen. Om onze gevoelens van pijn, verdriet en gemis om wat verloren gaat, te erkennen, samen naar buiten te bewegen – emovere – en actie te ondernemen, zodat de sepia opnieuw vrij kan leven in gezonde koraalriffen.


Saar Lermytte (zij/haar) probeerde een bio te schrijven die netjes uitlegt wie ze is en wat ze doet, maar raakte onderweg afgeleid door de vraag of woorden kunnen gisten. Sindsdien twijfelt ze aan het nut van afgeronde zinnen wanneer lichamen, seizoenen en identiteiten dat zelden zijn.

Volgende
Volgende

Drizzle Honey on Your Friends