Het kind achter het label: onderwijsdruk en identiteitsvorming in Jean (2026)
In Jean (2026), de eerste lange documentaire van filmmaker Jolke Van Aerde, volgen we de schoolloopbaan van de gelijknamige protagonist. Zonder te vervallen in sociaal-realistische clichés of didactische verklaringen, slaagt Van Aerde erin om de frictie tussen de dwingende kaders van het onderwijssysteem en de persoonlijke belevingswereld van de opgroeiende Jean voelbaar te maken. Het resultaat is een intieme film over een jongen die streeft naar autonomie in een wereld die het verhaal al voor hem geschreven lijkt te hebben.
De schoolloopbaan van Jean Ciesielski wordt al vroeg getekend door confrontaties met het onderwijssysteem. Vanwege wangedrag en slechte cijfers veranderde hij maar liefst zes keer van school, waarna hij werd doorverwezen naar het buitengewoon secundair onderwijs. Waar een traditionele benadering deze feiten zou aangrijpen als aanleiding voor een aanklacht tegen het watervalsysteem, waarbij leerlingen die het moeilijk hebben binnen een bepaalde onderwijsvorm naar een minder theoretische richting worden doorverwezen, kiest Van Aerde ervoor om haar blik te richten op Jeans eigen beleving van de feiten.
Zijn verzet tegen het buso-label, dat vroegtijdig op hem werd gekleefd, krijgt daarbij een heel concreet doel: Jean wil niets liever dan terugkeren naar het reguliere onderwijs om daar een diploma te behalen. Gesterkt door religie en zijn passie voor vechtsport, doet hij zijn uiterste best om dit doel te verwezenlijken.
De documentaire registreert dit proces en besteedt hierbij bijzonder veel aandacht aan Jeans opmerkelijke vermogen tot zelfreflectie. Wanneer hij bijvoorbeeld opmerkt dat school een soort verhaal is, legt hij in één zin de geconstrueerde aard van het onderwijssysteem bloot. Scholen zijn systemen van conventies die bepalend zijn voor wie je bent, waar je thuishoort en wat er van je wordt verwacht.
Tegelijkertijd wordt duidelijk hoe moeilijk het is om aan de verwachtingen van een dergelijk systeem te ontsnappen. Wanneer Jean met spijt terugblikt op de keuzes die hij in het verleden maakte, lijkt hij de verantwoordelijkheid voor zijn schoolse parcours volledig bij zichzelf te leggen. Precies daar wordt zichtbaar hoe de tekortkomingen van een rigide instituut uiteindelijk als een persoonlijke verantwoordelijkheid op Jeans jonge schouders terechtkomen.
“Hoofdpersonage Jean legt in één zin de geconstrueerde aard van het onderwijssysteem bloot. Scholen zijn systemen van conventies die bepalend zijn voor wie je bent, waar je thuishoort en wat er van je wordt verwacht.”
Die verantwoordelijkheid vloeit mede voort uit het feit dat een label, wanneer het te vroeg in de ontwikkeling van het kind toegekend wordt, niet louter een beschrijvende functie dient. Labels kunnen verhelderend zijn en duidelijkheid bieden, maar dragen steeds het gevaar in zich om de complexe en genuanceerde realiteit die achter het etiket schuilgaat, uit het oog te verliezen. Dit kan vervolgens leiden tot de begrenzing van de persoonlijke ontwikkeling van het kind. In het geval van Jean zien we dat zijn identiteit door de jaren heen vorm krijgt vanuit het verzet tegen het etiket dat op hem werd gekleefd. Het hokje waarin hij werd gestopt, strookt niet met de realiteit zoals hij die ervaart. De film laat zich dan ook in de eerste plaats lezen als een aanklacht tegen het alomtegenwoordige hokjesdenken zoals dat tot op heden in het onderwijsveld leeft.
De manier waarop Jean in beeld wordt gebracht, getuigt van een grote vertrouwdheid tussen filmmaker en protagonist. Doordat Van Aerde hem over een langere periode volgt, krijgen we als toeschouwer niet alleen zicht op zijn persoonlijke ontwikkelingen, maar ook op hun onderlinge relatie. De camera laat daarbij ruimte voor Jeans eigen stem, zonder zijn ervaringen te willen verklaren of beoordelen. Die open benadering weerspiegelt zich ook in de opbouw van de documentaire. In plaats van gebeurtenissen chronologisch te ordenen, brengt Van Aerde verschillende momenten uit Jeans leven samen. Als zodanig ontstaat er een fragmentarisch portret dat representatief is voor de onzekerheden en tegenstrijdigheden die eigen zijn aan het vormen van een identiteit.
“Jean is een doordachte en bij momenten poëtische meditatie over de kwetsbaarheid van opgroeien en over hoe een jongere op zoek gaat naar autonomie in een wereld die het ver”haal al voor hem geschreven lijkt te hebben.
Zo groeit Jean uit tot veel meer dan het portret van een vastgelopen schooltraject. Het is een doordachte en bij momenten poëtische meditatie over de kwetsbaarheid van opgroeien en over hoe een jongere op zoek gaat naar autonomie in een wereld die het verhaal al voor hem geschreven lijkt te hebben.
De documentaire ging op 16 oktober 2026 in première binnen de officiële competitie van Film Fest Gent en werd een Special Mention toegekend door de jury. Vanaf 3 februari 2027 brengt distributeur Avila de film uit in de Belgische bioscoopzalen.
Sasha Vandecasteele behaalde zowel een master in de wijsbegeerte en een master filmstudies & visuele cultuur als een educatieve master aan de Universiteit Antwerpen. Vanuit een brede interesse in zingeving, cultuur en cinema schrijft hij met enthousiasme over thema’s op het snijvlak van filosofie en samenleving.