Spijt van de sprong

1. Ik ben het die is

Een man staat op de rand van het raamkozijn buiten het raam van zijn kantoor op de tweeënzestigste verdieping. Hij gelooft dat hij niets meer heeft om voor te leven en besluit te springen. Net op het moment dat hij een stap zet, gaat de telefoon. Bij het horen van de telefoon krijgt hij onmiddellijk spijt van zijn overhaaste beslissing; hij kan zijn val niet meer stoppen.

Waarom?

2. Ik ben het die was

Het steeds meer vervluchtigende geld maakt hem duizelig als opiumdampen. Sinds het geld de goudstandaard los liet, kronkelt het door de ether. Het leidt een eigen leven: een collectieve hallucinatie van te interpreteren cijfers en grafieken. Het loopt langs steeds vreemdere paden. De stockbrokers en de microtransactionists zoeken naar bronnen waar het geld als van nature uit opwelt. Ze doorkammen de data, op zoek naar indicaties, als met een soort interne wichelroede: een neus voor zaken.

Hij was altijd vereerd geweest om te doen wat hij deed. Hij had het gevoel dat hij in contact stond met de elite, de mensen die de touwtjes écht in handen hadden. Het gaf hem het idee dat hij meer wist dan anderen, dat hij een hardere en helderdere blik had op de zaken, zelfs al was hij van relatief weinig belang. Geen grote vangsten, maar minieme verschillen van een paar cent op obscure aandelen. Dat is wat hij deed. Er waren velen zoals hem, om de machine te doen draaien, om van een paar cent een fortuin te maken.

Een apocalyps in abstracto.

Hoe kan een begrip ons overmeesteren?

Hebben wij het geld dan niet uitgevonden?

Het was iets waar hij verder nog nooit over had nagedacht. Het werd pas overduidelijk toen het zover was.

Op een dag stegen de prijzen.

Het begon onmerkbaar. Prijzen stijgen wel vaker en recente geopolitieke wrevel kon gemakkelijk verklaren waarom alles ineens duurder werd. Pas na een paar weken merkten een paar van de scherpste analytici op dat er iets gaande was. De prijzen stegen, maar waren niet meer gevoelig voor invloeden van buitenaf. De eerste analyticus probeerde zachtjes een aantal mensen hogerop te waarschuwen. De hoop dat zij de situatie konden bijsturen ging al snel verloren. De informatie werd gelekt en de volgende dag stond op de voorpagina van iedere krant en iedere nieuwssite de verkondiging van het einde: de prijzen stijgen en niemand weet waarom.

In een recordtempo bouwde iedereen enorme schulden op, verschuldigd aan banken, die op hun beurt een voor een failliet gingen. Politieke structuren, doorweven met geldstromen, stortten in.

Eerst werden de armen massaal uit hun huis gezet, maar de rijken volgden al snel. Hun vastgoed werd aan duizelingwekkend tempo opgeslokt door schulden. Niemand kon nog iets betalen. Ruilhandel werd voorzichtig geprobeerd, maar wie wist nog welke deals voordelig waren en welke niet? Men stierf liever van de honger dan een fles shampoo te ruilen voor een paar eieren.

Iedere econoom en handelsexpert boog zich wanhopig over de kwestie, maar er was niemand die een fout kon vinden in de berekeningen. En de prijzen zomaar aanpassen was natuurlijk absurd; als de prijzen gewoon met een mensenhand konden worden gemanipuleerd, waar waren ze dan al die jaren mee bezig?

Het was ondenkbaar, onmogelijk. Dit was het einde van de mensheid.

Bij toeval was hij de laatste.

4. Ik ben het die komen gaat

Hij zal alle hoop verloren hebben.

Hij zal gesprongen hebben. Vanaf het raamkozijn ziet hij zichzelf liggen, versmolten met het warme asfalt als een smurrie van ingewanden, bloed en een verscheurd zwart pak. Zijn beslissing verzekert hoe alles zal eindigen: tegen de vloer geplakt.

Hij zal zich herinnerd hebben hoe hij vroeger al enkele keren tegen datzelfde asfalt had gelegen. Op late zomeravonden, nadat hij recht van werk naar het café was getrokken en dan langs zijn kantoorgebouw terug moest keren. Toen was het asfalt genadig. Ze ving zijn verhitte hoofd op, legde haar koele hand langs zijn beschonken kaak, nam zijn hoed en zijn aktetas in haar armen alsof hij thuis kwam bij een lieve moeder.

Het enige wat hij ooit gewild heeft is een huis, een auto en een stabiele baan. Waarom is net hij het doelwit van deze vreselijke toorn? Heeft hij ooit iets mis gedaan? Hij zal het zich niet kunnen herinneren.

Hij zal in het midden van zijn val - tegen de dertigste verdieping - zijn opgeschrikt door een herkenbaar maar onheilspellend geluid. De telefoon! De telefoon ging over. In één vreselijke seconde ziet hij zichzelf staan op de rand en wou hij dat hij nooit gesprongen had. Hij spoelt terug. Het schuifelen. Het gewicht dat hij van zijn ene naar zijn andere voet brengt. Het lijkt plots een noodlottige kwestie van fysica, zou hij zich hier niet uit kunnen formuleren? Is er geen pendelbeweging die hem kan redden? Geen in onbruik geraakte clausule van de zwaartekracht, geen procedurefout?

Hij zal spijt gehad hebben. Het zal te laat geweest zijn.


Mieke 'Mik' Schelstraete (2001) is student Grafiek in KASK Gent en maakt beeldende kunst, stripverhalen en boeken en schrijft proza en essays. Films en de kruisingen tussen beeld en tekst staan centraal. Hun werk is voornamelijk uitgegeven in eigen beheer, maar verscheen ook al op Fantômas. Mik is medeoprichter van uitgeverij/collectief Zwarte Pagina en muzikant bij Hartworm. 

Volgende
Volgende

The Ark Problem: Climate Collapse and Radical Curation