Darkroom

Lena Kurzen beschrijft in dit experimentele kortverhaal de zintuiglijke indrukken binnen de muren van een darkroom.

ik duw het zware zwarte gordijn opzij en wurm me naar binnen
mmm best wel donker

fijn dat een darkroom gewoon een dark room is 
(niet te verwarren met een donkere kamer die in het algemeen wel een dark room is maar niet per se een darkroom)
what you see is what you get noemen ze dat ook wel 
als dingen blijken te zijn wat je denkt dat ze zijn

anders dan in het leven daarbuiten want daar is
what you see en what you hear en what they say meestal allesbehalve what you get
maar een
driedubbel ingewikkeld gewikkelde bubbelplasticverpakking van bij elkaar gesmalltalkte normatieve sociale conventies 
waar dan what you ultimately get 
ergens in verscholen ligt

pas ontelbare gezellige koetjes kalfjes koffiekletspraatjes borrelbijpraatmomentjes en uiteindelijk nog een paar noodzakelijke ongemakkelijke 
neem het me niet kwalijk dat ik dit zo direct vraag 
later 
kun je misschien een schim van het what you get ontrafelen
misschien
geen garantie 
er kan altijd nog ergens een andere aap uit de mouw komen
misschien zelfs een heuse gigantopithecus
de grootste aap ooit
een tweehonderdvijftig kilo zware reuzengorilla die zo’n 200.000 jaar geleden is uitgestorven

*

het zou hier best wel een prikkelarme ruimte kunnen zijn
waren er niet: 
het gebonk van de muziek 
het geadem gehartklop gevoetstap 
geritsel geschuur van schaarse kleding en ontblote lichaamsdelen
de geur van menselijke dichtbijheid aantrekking gehunker genot: uitgeademde adem gemengd met minuscule zweet- spuug- speeksel- spermaspetters
verdampt vaginaal vocht
vluchtige feromonen 
huidschilfers met glitterdeeltjes
parfum
en de chemischfrisse geur van industrieel schoonmaakmiddel
maar dat laatste is nauwelijks waar te nemen 

*

in een doolhof is een bekende strategie om met één hand tegen de muur één kant op te lopen en die te blijven volgen 
dit is geen doolhof 
toch gaat mijn hand op zoek
naar houvast 
of een lichtschakelaar
maar vindt alleen vochtdruppels op de gladde muur


deze ruimte een gesloten ecosysteem 
waarin lichaamsvloeistofcondensdruppels
langs de muren omlaag lopen 
om via de voetzolen terug de menselijke lichamen in te trekken

*

een tikje op mijn schouder
of ik misschien helemaal naar binnen kan stappen want anderen willen er ook nog in

o ja zeg ik en doe een stap naar voren
laat de klamme muur en de doolhofstrategie los
sta houvastloos stil
zet nog een stap
bots tegen iets zachts en warms

sorry zeg ik
deins achteruit
iemand giechelt
zegt dat dat ook wel een beetje de bedoeling is hoor dat elkaar aanraken en zo
o ja zeg ik
deins weer vooruit 
in de richting van het warme zachte lichaam 
zie vage vormen
wennen mijn ogen aan het donker?
went het donker aan mij? 
is het in het midden van een darkroom niet meer donker zoals het in het oog van een storm windstil is?
ik strek mijn armen naar voren
niet doortastend wel aftastend betastend
mijn pink raakt een vertrouwde textuur
is dit spijkerstof? vraag ik 
voel hoe degene dichterbij komt
niet via de kortste weg
geen rechte lijn maar een kronkelend slingerpaadje draaiend – oh of wordt hier gedanst? 
er is hier veel onduidelijk maar deze mens komt overduidelijk mijn kant op
ik maak contact met een mengsel van texturen: 
een spijkerstofschouderband
rinkelend metaal van gespen sieraden of gadgets
warme zwetende donshaartjeshuid

in mijn hersenen wordt geprobeerd 
een plaatje te genereren van dit wezen voor me  
en diens houding ten opzichte van mijn eigen lichaam … 

een moment geduld alstublieft …. 
een draaiend zandlopericoontje van mijn besturingssysteem
ik zit in de wacht in m’n eigen hoofd
maar de wereld wacht niet
nooit 
een hand
zachtjes op mijn onderrug
een hese stem die in mijn oor vraagt is dit oké? 
ik knik onzichtbaar in het donker vergeet te praten 
knik nog een keer met mijn hele lichaam
sluit mijn ogen
sluit de vastgelopen plaatjesgenerator
ctr+shift+esc of opt+cmd+esc 
ik weet niet eens op welk besturingssysteem ik draai
óf er wel iets is van besturing laat staan systeem ... 
ach ja … 
maar ergens heb ik een hersengebied 
dat weet wat de bedoeling 
dat weet dát er een bedoeling …
dat die dan tussen de onuitgesproken regels door kan ontwarren
dat hiervoor is ontworpen heel lang geleden
zodat ik 
of de rest van ik – 
de rest van mij bedoel ik – 
ach wat maakt het uit
we zijn alle Standaardnederlandse grammaticale stations allang gepasseerd – 
tsjoe tsjoe – deze trein rijdt door
is niet ontspoord maar zit gewoon op een ander spoor
de rest van ik kan dus achteroverleunen 
figuurlijk en letterlijk en alles ertussenin

degene van de hese stem bevindt zich achter me 
geen spijkerstof maar een dun poreus laagje
een ademend netje tussen ons
meer gaten dan gatentussenruimte
iemand vraagt me in mijn andere oor wat ik wil en 
of er iets is dat ik niet…? 
de zin wordt niet afgemaakt maar heeft wel een vraagteken

geen smalltalk zeg ik ik wil alles behalve smalltalk
er wordt gegiecheld in mijn oor komt wel goed hoor
aanstekelijk 
ik doe mee
onze lichamen trillen
rimpelingen trekken door ons vet en onze spiermassa onze organen
oeps m’n womanizer ging vanzelf aan zegt iemand – 
oh dat was het trillen
ik ruik ineens paprikachips
mijn neus volgt subtiel snuffelend het spoor
naar een nieuwe nabijheid 
een ademende adembenememende
lippen op lippen 
lekker denk ik
ik hou van zoenen en van paprikachips 
en soms kun je twee lekkere dingen ook combineren en blijft het lekker 
of overstijgt het zelfs de som der chips-zoen-delen
hier zouden ze een chipsreclame van moeten maken 
lippen op mijn nek
rillend kippenvel

een van de rinkelende metalen gadgets heeft zich aan die van mij vastgehaakt
wat een cliché: zit je hier binnen no-time met carabiners metalen accessoires
riemen oversized kettingen aan elkaar vast
komt er straks iemand met een kluskoffer en powertools om ons te bevrijden? 
meer lippen handen

iets klopt niet helemaal met de zwaartekracht 
mijn oriëntatie is ondersteboven binnenstebuiten
ook in het oog van de darkroom is het best wel dark maar de natuurwetten zijn hier even met vakantie

ineens blijken zelfs de meest ingewikkelde kledingsconstructies
openingen te hebben
onverlichte maar wel toegankelijke drempelvrije ingangen aan meerdere kanten
komt u binnen welkom welkom 
iemand op een armlengte afstand zegt hey 
en klinkt precies als de ene ex 
oh hey jij ook hier… haha 
de laatste keer kwamen we elkaar in de Hema tegen
misschien ken ik de anderen dan ook wel 
zijn de vage contouren niet zo vage kennissen
want eigenlijk kent in deze kleine wereld iedereen iedereen toch wel
een soort dorpsplein maar dan anders 
een minimaal vierdimensionaal polyculair weefsel

dat met de kleding en de ingangen 
geldt ook voor die van mij valt me nu op 
oh hey 
er zijn hier veel handen tegelijk 
en lippen en geadem en tussendoor veel vragen
het antwoord is ja met uitroeptekens
veel tegelijk voor iemand 
die niet zo goed kan multitasken 

ik maak van alles om me heen een groot geheel
inclusief mezelf
lekker behapbaar

huidplooien littekenweefsel stoppels
harige dijen broeierige broekjes
het trilt hier weer en ik ook
wíj́ ook 
het wordt hier steeds 
warmer natter harder zachter 
het glippende glijdende wrijvende groepsresonerende wezen 
dat me heeft opgeslokt maakt meerstemmig afgestemd geluid
ertussen vrolijk uitgelaten gegiechel
vragen ben jij dit? is dit oké? 
ja ja ja nee dit ben niet ík want we zijn nu wij

er valt een pauze 
waarin er alleen uitgehijgd geademd gehartklopt wordt
iemand vraagt: zullen we iets gaan drinken? 
ja lekker
antwoordt mijn droge keel 
kom
ik hou me vast aan allebei kanten 
vind weer de spijkerstofschouderband
mijn nieuwe doolhofstrategie 
we schuiven het zwarte maar niet meer zware gordijn opzij
wurmen ons naar buiten
knijpen onze ogen dicht
best veel licht hier
geroezemoes nog harder muzikaal gebonk
we bewegen ons in richting van de bar
ik heb je hier al vaker gezien toch?
kennen we elkaar niet van …
ja precies … 
ga je ook naar …
… gezellig…
mooie ketting hoor
en wat wil jij drinken?
vragende ogen kijken me aan
ik wil eigenlijk toch liever terug in de darkroom zeg ik
draai me om en loop weer naar het zware zwarte gordijn


Een eerdere versie van deze tekst was onderdeel van de Literaire Darkroom performance, een samenwerking met LJ De Brouwer en Tilt, op VFest 2025.

Lena Kurzen (die/hen) schrijft proza, poëzie en podiumteksten. Hun werk verscheen onder andere in Papieren Helden, Reading My Panties, De Revisor, ILFU, Schredder, The Galaxy Gazette, de uitkomst. en Trans Magazine. Lena’s debuutroman Schuilhuisje, die in 2024 bij Nijgh & Van Ditmar verscheen, werd genomineerd voor de Bronzen Uil. Momenteel werkt die aan een neurospicy queer boulderroman.

Volgende
Volgende

What do you see in the mirror? The politics of the selfie