Flor Didden en Albina Fetahaj over grensbeleid, solidariteit en de mythe van de migratiecrisis
© Shruti Mehta
Tijdens de eerste editie van Migration Is Normal in de Arenberg ging Koen Vanderschelden in gesprek met Flor Didden en Albina Fetahaj over grensbeleid, solidariteit en de mythe van de migratiecrisis. Vanuit hun recente boeken Bel me als je daar bent en Grenskolonialisme onderzoeken ze hoe migratie vandaag wordt geframed, welke machtsstructuren daarachter schuilgaan en waarom een ander gesprek dringend nodig is.
Achter de verhitte debatten over migratie schuilen verhalen, perspectieven en keuzes die vaak onderbelicht blijven. Tijdens de eerste editie van Migration Is Normal, een denkfestival over migratie in de Arenberg in Antwerpen, kwamen tal van denkers en artiesten samen om het narratief op een eerlijke manier te herformuleren.
Onder hen Albina Fetahaj, auteur van Grenskolonialisme (2024), en Flor Didden, auteur van Bel me als je daar bent (2026). In dit dubbelinterview gaan we in gesprek over wat migratie ons vertelt over onze samenleving: over grenzen, macht, mensenrechten en solidariteit. Niet om kant-en-klare antwoorden te geven, maar om het kader zelf in vraag te stellen en ruimte te maken voor een ander gesprek.
KV: De tagline van dit festival is migration is normal. Het festival gaat niet mee in de redenering dat migratie een crisis zou zijn. Wat gaat er verloren als we migratie als crisis blijven bekijken, in plaats van als een normaal en continu proces?
FD: Het menselijke verlies is enorm. Denk aan het aantal doden op zee, maar ook aan mensen die door politieke keuzes vast komen te zitten of gewond raken aan grenzen. In België zien we hoe strengere maatregelen de integratie bemoeilijken, de toegang tot werk beperken en gezinshereniging verhinderen. Dat menselijke verlies is voor mij het grootste.
Daarnaast zijn er ook economische kosten. Als migratie goed georganiseerd wordt, kan ze net veel bijdragen aan de samenleving, ook financieel. En ten slotte is er het bredere mensenrechtenverhaal. Dat is ook het verhaal dat ik in boek probeer te schetsen. De aanval begint vaak bij vluchtelingen of mensen met een precair statuut, omdat zij een gemakkelijke doelgroep vormen. Dat heeft verregaande gevolgen. Wanneer de rechtsstaat niet langer wordt nageleefd, krijgen we een veel breder maatschappelijk probleem.
AF: In 2015 leefde sterk het idee van een migratie- of vluchtelingencrisis. Migratie werd toen voorgesteld als een veiligheidsprobleem, terwijl de vluchtelingencrisis vaker als een humanitaire crisis werd gezien. Maar een crisis impliceert een uitzonderlijke situatie, waarbij Europa als slachtoffer werd gepositioneerd.
Die term is niet louter beschrijvend, maar politiek. Het creëert een realiteit waarin uitzonderlijke maatregelen worden gelegitimeerd en grenzen worden opgetrokken.Zelf spreek ik eerder van een ontheemdingscrisis. Het probleem is niet migratie op zich, maar het feit dat mensen ontheemd worden. In het Europese narratief worden migranten voorgesteld als oorzaak van een ingebeelde crisis, terwijl migratie juist een gevolg is van andere, reële crisissen: klimaatverandering, economische ongelijkheid en oorlog.
Dat perspectief ontbreekt vaak. We leven in een wereldorde waarin mensen uit het globale zuiden onevenredig zwaar getroffen worden door die crisissen. Dat zien we vandaag ook in discussies over Iran en het Midden-Oosten. Politici spreken snel over een nieuwe migratiecrisis in Europa, maar de echte slachtoffers zijn de mensen daar.
KV: Als jullie één hardnekkige misvatting over migratie zouden kunnen rechtzetten, vanuit jullie eigen praktijk, welke zou dat zijn?
AF: Dat migratie niet uitzonderlijk is, maar een eeuwenoud en fundamenteel menselijk fenomeen.
FD: Daaraan gekoppeld zie je op beleidsniveau een sterke focus op het bestrijden van mensensmokkel en irreguliere migratie. Maar door grenzen op te trekken, versterk je net die fenomenen. Niemand steekt vrijwillig in een rubberboot de Middellandse Zee over als er legale alternatieven bestaan.
KV: Zo komen we al snel bij grenzen. Albina, jouw boek heet Grenskolonialisme. Wat bedoel je daarmee? En wat verandert er als we migratie bekijken als een vorm van mobiliteit?
AF: Ik ben opgegroeid in een samenleving waarin grenzen als vanzelfsprekend worden gezien. We denken vaak aan grenzen als lijnen op een kaart, als het punt waar de ene staat eindigt en de andere begint. Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat grenzen veel meer zijn dan dat. Ze zijn machtsstructuren.
Grenzen zijn historisch gezien relatief recent en hebben zich vooral na de Tweede Wereldoorlog verankerd binnen het natiestatenmodel. Ze functioneren als een manier om koloniale ongelijkheden te reproduceren. Formeel bestaat kolonialisme niet meer, maar het leeft voort in ogenschijnlijk neutrale systemen zoals paspoorten.
Grenzen creëren lageloonlanden en artificiële loonverschillen. Daardoor willen mensen misschien migreren, maar kunnen ze dat niet. Ze belanden in precaire jobs en onveilige situaties. Voor mij is het essentieel om grenzen te begrijpen in relatie tot kolonialisme en te onderzoeken hoe die logica vandaag voortleeft. Wie mag leven en wie niet? Wie laten we verdrinken in de Middellandse Zee? Dat is geen toeval, maar een gevolg van een koloniale wereldorde.
KV: Flor, in Bel me als je daar bent beschrijf je wat er aan de grenzen gebeurt. Wat doet het met een samenleving wanneer de jacht op migranten genormaliseerd wordt?
FD: Dat kan alleen wanneer je de ander niet meer als mens ziet. In het eerste hoofdstuk van mijn boek verwijs ik naar een citaat van Thomas Bellinck over de filosofie van de jacht. Zo’n systeem werkt enkel wanneer grenswachters een gedeeld vijandsbeeld hanteren: dat degenen op wie ze jagen minder mens zijn dan zijzelf.Het is moeilijk te begrijpen hoe mensen dat uitvoeren, zeker omdat het officieel niet op papier gebeurt. Het blijft verborgen, en we horen vooral de verhalen van slachtoffers, als zij het al overleven.We horen zelden de grenswachters zelf. In mijn boek verwijs ik naar het werk van journaliste Romy van Baarsen, die via Tinder in contact kwam met Griekse kustwachtofficieren. Dat gaf inzicht in hun denkwereld en de gruwelijke praktijken. Daaruit bleek ook hoe complottheorieën circuleren: dat vrouwen en kinderen zogezegd worden ingezet om sympathie te wekken. Dat vijandbeeld is erg gevaarlijk en leidt uiteindelijk tot escalatie en geweld.
KV: Is dat breder gebruikelijk aan de buitengrenzen van de Europese Unie?
FD: Absoluut. Langs de hele oostgrens, van de Baltische staten tot Bulgarije, zien we gelijkaardige praktijken. En natuurlijk ook in de Middellandse Zee: pushbacks vanuit Griekenland, vanuit Turkije, vanuit Italië. Italië heeft dit intussen uitbesteed door Libië te betalen om mensen op zee te onderscheppen. Hoewel illegaal, is dat intussen de facto beleid.
AF: Wat daarbij opvalt, is dat grenswachters vaak zelf verwijzen naar mensensmokkelaars. Ze stellen die voor als onmenselijk, terwijl ze hun eigen rol gebruiken om die zogenaamde onmenselijkheid te bestrijden.Door zich te positioneren als verdedigers tegen ‘slechteriken’ legitimeren ze hun eigen geweld. In die logica zien ze zichzelf zelfs als redders van mensen op de vlucht, omdat ze strijden tegen mensensmokkelaars, terwijl ze in werkelijkheid deel zijn van het probleem.
KV: Lange tijd leek het alsof vooral nationale overheden wel naar rechts opschoven, maar de EU daar grotendeels aan ontsnapte, en het internationaal recht bleef respecteren. Dat is duidelijk veranderd. Hoe komt het dat mensenrechtenkaders in het migratiebeleid zo makkelijk genegeerd worden?
AF: Dat idee van wie als mens wordt beschouwd en wie niet, speelt al eeuwen. Wat we vandaag zien, is een escalatie van een geweld dat nooit is verdwenen. Het Europese project is altijd ook een koloniaal project geweest.Humanisme wordt soms opgevoerd als façade om inhumaan handelen te legitimeren. Een schrijnend voorbeeld is de schipbreuk in Lampedusa in 2013. Overlevenden van de scheepsramp werden opgesloten, terwijl voor de doden een staatsbegrafenis werd georganiseerd. Dat is eigenlijk zeer cynisch, want de overlevenden mochten daar zelfs niet bij aanwezig zijn.
Voor wie was die begrafenis dan bedoeld? Eritrese ministers werden uitgenodigd, terwijl veel slachtoffers net voor dat regime gevlucht waren. Het was een manier om het eigen geweten te sussen. Binnen een koloniaal systeem kun je nooit volledig mensenrechten respecteren. Je hebt onmenselijkheid nodig. Wat anders is, is dat men het nu niet meer verstopt. Vroeger bestond de idee nog dat men humanisme wilde promoten, maar nu is zelfs dát weggevallen.
FD: Dat zie je ook in het buitenlandbeleid. Het is altijd gemakkelijker geweest om Afrikaanse landen aan te spreken op vlak van mensenrechten. Dat gebeurde vaak in het verleden van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken tegen Congo. Het is natuurlijk gemakkelijker om die landen daarop aan te spreken dan als het gaat over dingen die in je eigen land gebeuren of die collega-lidstaten rond je doen. Dat is gewoon minder comfortabel. Maar het maakt je boodschap op den duur ook totaal ongeloofwaardig om nog Afrikaanse landen aan te spreken op vlak van mensenrechten of Turkije op vlak van pushbacks. Als je zelf het aan je laars lapt, dan is dat gewoon niet meer vol te houden.
KV: En dat lijkt een nieuw gegeven. Europa lijkt al lang geen voorloper meer te zijn als het om mensenrechten gaat.
FD: We zien een globale verschuiving richting nationalisme en autoritaire logica’s, met voorbeelden zoals de Trump-agenda. Dat is zorgwekkend, want we kennen de gevolgen van doorgedreven nationalisme. Instrumenten zoals het Vluchtelingenverdrag hadden wel degelijk een functie en hebben voor miljoenen mensen een verschil gemaakt. Als die nu achteloos terzijde worden geschoven, raakt dat aan veel meer dan migratie alleen.
AF: Dat de Europese Unie in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, is in dat licht bijzonder cynisch. De machtspositie van Europa in de wereld staat onder druk. Wat we vandaag in het migratiebeleid zien, is een poging om die positie krampachtig te behouden.
Geweld dat Europa lang heeft geëxporteerd, keert nu terug. Schrijver Aimé Césaire beschreef dat als de koloniale boemerang. Praktijken die vandaag tegen migranten worden ingezet, dreigen zich ook tegen andere groepen te keren. In die zin functioneert migratie als een laboratorium.Technologieën als drones die in de Middellandse Zee worden gebruikt, werden ook al getest in Palestina. Alles is met elkaar verbonden. Steeds meer mensen beginnen dat ook te beseffen.
FD: In de VS zagen we iets gelijkaardigs met ICE: eerst migranten zonder papieren, daarna mensen die hen helpen, vervolgens rechters. Iedereen die in de weg loopt, kan in het vizier komen. Dat is de weg richting een autoritair regime.
AF: Dat komt ook terug in jouw boek. Solidariteit wordt ook in Europa gecriminaliseerd. Het treft allang niet meer alleen vluchtelingen.
KV: Tegelijk zie je dat investeringen in opvang worden afgebouwd. De dotatie voor Fedasil daalt van 929 miljoen euro in 2024 naar 138 miljoen in 2029, een besparing van 83%. Creëer je dan geen nieuwe crisissen, in plaats van ze te controleren?
FD: Exact. Het aantal vluchtelingen wereldwijd neemt niet af. Door asielstructuren af te bouwen, zoals eerder is gebeurd, creëer je onvermijdelijk opnieuw noodsituaties. Er zouden altijd voldoende bufferplaatsen moeten zijn.
KV: Als jullie één beleidsmaatregel zouden mogen invoeren om het tij te keren, welke zou dat zijn?
AF: Het regularisatiebeleid in Spanje, ondanks alle kritiek, heeft voor veel mensen een groot verschil gemaakt. Door papieren te krijgen, word je erkend als mens. Dat is de cynische realiteit van het huidige systeem.
FD: Ik zou de Dublinlogica, waarbij de asielaanvraag wordt behandeld door het eerste Europese land waar de asielzoekers aankomt, volledig afschaffen. We moeten gaan naar een spreidingsplan waar de verantwoordelijkheid moet eerlijk verdeeld worden, proportioneel aan de draagkracht van landen. Dat zou veel spanningen binnen Europa wegnemen.
KV: Tot slot, wat geeft jullie persoonlijk de energie om dit werk te blijven doen?
FD: De mensen die ik ontmoet en die onder veel moeilijkere omstandigheden blijven doorgaan. In Polen, Griekenland, Libië. Mensen die in een bijzonder harde context een beetje menselijkheid brengen. Vrijwilligers die dekens uitdelen en soep brengen. Advocaten en hulpverleners die ervoor zorgen dat mensen alsnog asiel kunnen aanvragen of in sommige gevallen een schadevergoeding kunnen krijgen of naar het Europees Mensenrechtenhof kunnen stappen. Zij tonen dat solidariteit en gerechtigheid nog altijd bestaan. Dat geeft hoop.
AF: Vroeger voelde ik me bij momenten moedeloos. Door zelf actief te zijn in sociale bewegingen merk je dat je samen andere denkkaders kan ontwikkelen, de straat op kan gaan en hoop kan creëren. Er gebeurt wel degelijk iets, ook al is het vaak op kleine schaal. Daar moeten we ons op focussen.
Grenskolonialismeen Bel me als je daar bent zijn te koop via Uitgeverij Epo, op www.epo.be
Flor Didden is expert migratie bij 11.11.11. Dit jaar verscheen zijn boek Bel me als je daar bent bij EPO Uitgeverij. In het boek reconstrueert Flor het decennium dat de vloer onder het Europese denken over asiel en migratie wegsloeg.
Albina Fetahaj is politieke wetenschapper. In 2024 verscheen haar debuut Grenskolonialisme bij EPO Uitgeverij. Haar werk focust zich op grenzen en migratie vanuit een dekoloniaal perspectief, met bijzondere aandacht voor antikoloniaal verzet. Ze is van Kosovaars-Albanese afkomst.
Koen Vanderschelden werkt als beleidsadviseur in Gent. Als mede-oprichter van Rephrase Magazine wil hij het Vlaamse medialandschap diversifiëren door nieuwe stemmen en verhalen op de voorgrond te plaatsen, met het oog op een inclusievere en rechtvaardigere samenleving.