Door de blokkade verliest Cuba meer dan alleen toegang tot handel
Trashmen, Havana 2025 © Alexander Deprez
Alexander Deprez reisde zestien dagen door Cuba en belandde in Havana, waar hij in gesprek ging met bewoners over leven met tekorten, de erfenis van de revolutie en de impact van aanhoudende sancties.
“Cuba is er slecht aan toe. De blokkade heeft ons in een wurggreep.” Ze wijst naar de gigantische hopen vuil die zich beginnen te vormen op de hoeken van de straten in het niet-toeristische gedeelte van Havana. “Dit zag je twee jaar geleden nog niet. Door de brandstoftekorten moeten we kiezen: het vuilnis ophalen of eten naar de stad brengen.”
De vrouw is leerkracht geschiedenis aan een middelbare school in de stad. Ze had me aangesproken terwijl ik op de eerste dag van een zestiendaagse groepsreis door Cuba door het raam van een gesloten boekenwinkel naar revolutionaire lectuur stond te turen: de verschillende dagboeken van Che Guevara, politieke teksten van Fidel Castro, boeken van Aleida March, gedichten van José Martí. Hier in Cuba spreken mensen hen enkel bij hun voornaam aan, alsof ze hen persoonlijk kennen.
De vrouw vertelde me waar ik in de stad nog boekenwinkels kon vinden, mijn notitieboekje volgepend met film- en leestips, en toonde me daarna enkele plaatsen in de straten rondom het Capitolio. Het voelde als het eerste oprechte gesprek dat ik in uren had, ondanks dat er in die tijd veel gesprekken hadden plaatsgevonden. Veel lokale bewoners die je in Havana aanspreken willen wat van je. En je kunt het hen niet kwalijk nemen. De wisselkoers van peso's naar euro's op de zwarte markt schommelt er dag na dag. Op sommige dagen kan 1 euro je 500 peso's opleveren. Als toerist ben je een wandelende goudmijn in een land van schaarste.
“In die tijd stond het Amerikaanse multinationals zoals United Fruit Company, Esso en Texaco vrij de grondstoffen te plunderen en de lokale bevolking tegen hongerlonen uit te buiten.”
Al sinds 1962 wordt het land verstikt door een financieel en economisch embargo van de Verenigde Staten, omdat het eiland besloot niet langer een kolonie te zijn die geleid werd door de Amerikaansgezinde extreemrechtse dictator Fulgencio Batista. In die tijd stond het Amerikaanse multinationals zoals United Fruit Company, Esso en Texaco vrij de grondstoffen te plunderen en de lokale bevolking tegen hongerlonen uit te buiten. Als je de volledige macht van het Amerikaanse rijk in je nek wilt voelen, moet je durven tonen dat het anders kan. En dat doet de Cubaanse revolutie al sinds 1959.
Vóór de revolutie was een derde van de bevolking analfabeet, ging slechts de helft van alle kinderen naar school en leefde het merendeel van de bevolking in verschrikkelijke armoede. Er waren geen ziekenhuizen op het platteland, en gezondheidszorg, cultuur en educatie waren exclusief voor zij die het konden betalen. Prostitutie was wijdverspreid. Als het 'Las Vegas van de Caraïben' stond Havana’s nachtleven onder strikte controle van de Amerikaanse maffia. Die exploiteerde de casino's, bordelen en luxehotels die dienden als exclusief amusement voor rijke Amerikaanse toeristen en zakenlieden. Amerikaanse bedrijven bezaten het overgrote deel van de Cubaanse industrie en hadden de controle over het belangrijkste exportproduct: suiker. Tegen de jaren vijftig domineerden Amerikaanse ondernemingen ook de mijnbouw, de openbare voorzieningen en de grote landbouwgebieden.
De Cubaanse Revolutie bracht ingrijpende landhervormingen waarbij grote stukken land van buitenlandse multinationals werden genationaliseerd en overgedragen aan de boeren die de gronden bewerkten. Toen private fabrieken en westerse banken weigerden mee te werken, werden ook zij genationaliseerd. De nieuwe regering sloot de casino's en bordelen, verjoeg de Amerikaanse maffia en bood de circa 100.000 vrouwen die in de prostitutie werkten onderwijs en toelages aan om een nieuw leven op te bouwen, waarbij velen werden omgeschoold tot verpleegkundigen.
“Om het onrecht uit de slavernijperiode te doorbreken, werden medische teams massaal naar arme stedelijke buurten en de oostelijke provincies gestuurd, waar de zwarte bevolking voorheen nauwelijks toegang had tot zorg.”
Er werden gigantische stappen gezet in de strijd tegen institutioneel racisme en voor gendergelijkheid. Alle vormen van legale discriminatie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt werden officieel verboden, en openbare ruimtes zoals stranden, parken en sociale clubs werden volledig gedesegregeerd. Om het onrecht uit de slavernijperiode te doorbreken, werden medische teams massaal naar arme stedelijke buurten en de oostelijke provincies gestuurd, waar de zwarte bevolking voorheen nauwelijks toegang had tot zorg. Die gelijke toegang tot gezondheidszorg trok de levensverwachting tussen witte en niet-witte Cubanen vrijwel gelijk tegen 1981. De grootschalige alfabetiseringscampagne van 1961, waaraan vrouwen massaal deelnamen als docenten op het platteland, deed de alfabetiseringsgraad stijgen naar 99,7%.
Onderwijs, gezondheidszorg en ouderenzorg werden gratis, terwijl huisvesting zwaar werd gesubsidieerd, waardoor dakloosheid nagenoeg werd uitgeroeid. De regering voerde herverdelende hervormingen in, zoals loonsverhogingen en een vorm van positieve discriminatie bij overheidsbanen, waarbij kandidaten met de grootste gezinsbehoefte voorrang kregen. Dat kwam in de praktijk vooral de achtergestelde Afro-Cubaanse gemeenschap ten goede. De politieke vertegenwoordiging van die groep nam eveneens toe: het percentage zwarte leden in de Raad van State verdubbelde tussen 1976 en 2003 naar 25,8%.
De positie van de vrouwen veranderde eveneens radicaal: waar zij voor de revolutie slechts 5% tot 13% van de beroepsbevolking vormden, is dat tegenwoordig bijna de helft. Dat werd gefaciliteerd door de oprichting van de Federatie van Cubaanse Vrouwen (FMC) en de introductie van staatsgefinancierde kinderopvang. Op juridisch vlak liep Cuba voorop met de legalisering van abortus in 1965 en het Familiewetboek van 1976, dat mannen wettelijk verplichtte om huishoudelijk werk en kinderopvang gelijk te verdelen. Vrouwen vormen inmiddels de meerderheid van de universitaire afgestudeerden en bekleden 53% van de zetels in het parlement, wat Cuba wereldwijd op de tweede plaats zet qua vrouwelijke vertegenwoordiging.
Onacceptabel, dacht de heersende klasse van de VS, en ze deed wat ze altijd doet wanneer een land uit het Globale Zuiden werkelijk onafhankelijk wordt. Ze trainde en ondersteunde een huurlingenleger om de revolutie omver te werpen. Ze terroriseerde het eiland met duizenden sabotageacties en bomaanslagen. Ze stak fabrieken en plantages in brand en liet treinen ontsporen. Ze ontwikkelde biologische wapens en zette die in tegen de Cubaanse landbouw en het vee, wat leidde tot mislukte oogsten en de dood van honderdduizenden dieren. Ze verspreidde virussen en bacteriën. Ze stuurde doodseskaders de Cubaanse bergen in die daar leerkrachten en boeren afslachtten. Ze blies passagiersvliegtuigen op en pleegde bomaanslagen in Cubaanse hotels in een poging het toerisme te stoppen. Ze ondernam honderden moordpogingen op Cubaanse leiders en steunde de moord op en ontvoering van Cubaanse diplomaten in het buitenland.
Dat Cuba dan nota bene op de Amerikaanse zwarte lijst van 'staten die terrorisme steunen' geplaatst wordt, is bijna lachwekkend, ware het niet dat de gevolgen zo ernstig zijn.
Wereldwijd weigeren banken nog transacties met Cuba te doen, omdat ze anders gesanctioneerd worden. Humanitaire donaties worden belemmerd of helemaal geblokkeerd. Dankzij Amerikaanse wetgeving riskeren ondernemingen die handel drijven met Cuba miljardenclaims in de VS. Met de dreiging van maar liefst 200.000 rechtszaken boven hun hoofd worden investeerders effectief afgeschrikt om het land de broodnodige zuurstof te geven. Er kwamen zo’n 3500 Cubanen om het leven door directe terroristische aanvallen van de VS. Het totale aantal doden dat de VS werkelijk veroorzaakte, is moeilijk te achterhalen.
“Het Cubaanse systeem werkt niet!” roepen Amerikaanse beleidsmakers luid, terwijl ze miljoenen dollars pompen in het saboteren ervan, het eiland afsnijden van de wereldhandel, medisch materiaal blokkeren en ieder land bedreigen dat Cuba te hulp durft te schieten. Na de val van de Sovjet-Unie viel Cuba’s grootste handelspartner weg. Het land verloor in enkele maanden 80% van haar export en import. Er ontstonden grote brandstof- en voedseltekorten, wat tot een migratiecrisis leidde. Westerse vingers wijzen naar de boten met Cubaanse vluchtelingen:
"Zie je wel? Een mislukte staat!"
"Jullie wurgen ons al veertig jaar en bekritiseren ons dan om de manier waarop we ademhalen", zou Cubaanse revolutionair en politicus Fidel Castro ooit hebben geantwoord.
“De Cubanen zitten op hun tandvlees en voelen de hete adem van hun Noord-Amerikaanse buren, die geen enkele kans om het land te destabiliseren onbenut laten.”
Hoe deze maatschappij de rug recht houdt onder de belegering van het machtigste rijk dat deze planeet ooit gekend heeft, is werkelijk wonderbaarlijk. Ze ploetert voort met alles wat ze kan. Ze bewerkt het land met ossen, is meester in recyclen en blijkt in staat om wagens tot in het eeuwige te herstellen. Maar je voelt het lijden van de Cubaanse bevolking. Je voelt de pijn en de frustratie. De Cubanen zitten op hun tandvlees en voelen de hete adem van hun Noord-Amerikaanse buren, die geen enkele kans om het land te destabiliseren onbenut laten. Bij de kleinste onvrede die de Cubanen uiten, schieten de propagandamolens in gang. “De Cubanen zijn het beu! De Cubanen willen vrijheid!” lezen we dan in de pers. Er valt altijd wel een draai aan te geven: wanneer Cubanen op straat komen, willen ze af van hun staatsvorm; wanneer Cubanen niet op straat komen, zijn ze bang voor repressie.
Van de repressie waarover ik zo vaak gewaarschuwd was, merkte ik weinig. In zestien dagen tijd telde ik vier politiewagens, ongeveer evenveel als tijdens een vluchtige wandeling naar de supermarkt in Antwerpen. Natuurlijk is mijn blik die van een voorbijganger, maar het contrast is onmiskenbaar. Toen ik enkele jaren terug met mijn vrouw in Athene verbleef, zagen we hoe een kapitalistische staat zijn bevolking in het gareel duwt: op iedere hoek van de straat stonden gepantserde busjes met oproerpolitie. De stad stond constant op springen.
“Bij grote betogingen weet de politie hier niet goed wat te doen,” wist een Cubaanse gids ons te vertellen. “Daar zijn ze niet voor opgeleid.”
“Zijn jullie bang dat de contrarevolutie voor de deur staat?” had iemand van onze groep gevraagd bij een bezoek aan de vereniging van Cubaanse oud-strijders. Een van de bejaarde mannen was opgestaan. “De revolutie is niet enkel de gewapende strijd tegen de fascistische troepen van Batista eind jaren vijftig,” begon hij. “De revolutie is nog steeds bezig. Het is het bouwen van een nieuwe maatschappij. Het is vallen en opstaan. Het is vragen stellen op zoek naar antwoorden, en dan nog meer vragen stellen. En zolang de revolutie er is, ligt de contrarevolutie op de loer. We bestrijden haar elke dag en we zullen niet buigen.”
Toen hij sprak, was dat met een passie waarmee ik nog maar weinigen heb zien spreken. Hij herinnert zich de onmacht, de terreur en het bloedvergieten toen de Amerikanen er de plak zwaaiden. Ergens in de jaren vijftig werd zijn moeder ernstig ziek en had ze een operatie nodig om te overleven, vertelde hij ons. Een dokter had zijn vader benaderd in de wachtzaal en hem verteld dat er geen operatie zou plaatsvinden voordat er een grote som geld op tafel werd gelegd. De familie haastte zich naar huis en verkocht de weinige meubels die ze door de jaren bijeen hadden gespaard, in de hoop dat zijn moeder het zou overleven.
Vurig wierp hij zijn vuist in de lucht. “Dat is waar het kapitalisme voor staat! Kijk naar de genocide in Palestina. Is dat het alternatief? Is dat waar we naartoe willen bouwen? Wij zeggen nee!” riep hij. “Wij willen een maatschappij waarin wij gelijkwaardig zijn. Een rechtvaardige wereld! En nee, de revolutie is niet perfect, en ja, we hebben vergissingen gemaakt. Maar wij zijn geen pamflet. Wij zijn geen theorie! Dit is de realiteit van de transitie!” Zijn woorden weergalmden in het kleine, vochtige zaaltje.
Zestien dagen trokken we rond op het eiland. In de streek van Las Terrazas zagen we de littekens van de trans-Atlantische slavenhandel. We zagen er de koffieplantages, de marteltuigen en de ruïnes van de slavenhutten die de Franse kolonisten er bouwden. In Viñales zagen we de Palenque de los Cimarrones, de grotten waar gevluchte slaafgemaakten hun schuilplaats zochten. Op het platteland zagen we de ziekenhuizen en de appartementenblokken die na de revolutie werden opgericht. We zagen de scholen waar we feestelijk door leerkrachten en hun leerlingen werden ontvangen. We zagen de verzorgingstehuizen waar hoogbejaarden kosteloos hun laatste levensjaren doorbrengen en waar kinderopvang voorzien is voor het personeel. We spraken met de vrouwenbeweging, de jongerenorganisaties, verenigingen van artiesten en auteurs, en landbouwers van een coöperatieve boerderij.
Vandaag zijn de straten van Havana leeg. Er is geen verkeer meer op de weg. Onder Trump besloot de VS de blokkade tegen Cuba opnieuw te verscherpen. Al sinds december 2025 komt er geen olie het land meer binnen. Sinds enkele weken kunnen vliegtuigen niet meer bijtanken. Elke dag zijn er maar enkele uren stroom. De generatoren in de ziekenhuizen dreigen stil te vallen. Een gruwelijke voedselcrisis ontplooit zich langzaam over het hele eiland. Het weegt zwaar op mijn gemoed, de laatste dagen. Wanneer ik denk aan de mensen die ik er leerde kennen; hoe hard ze het niet verdienen om op deze manier gestraft te worden, enkel en alleen omdat ze willen leven.
Opnieuw en opnieuw denk ik aan een tafereel dat ik in Havana aanschouwde vanuit de bus op weg naar het vliegveld. Bij een grote hoop vuilnis staan vier Cubaanse vrijwilligers met hoge rubberlaarzen en schoppen. Ze laden het vuil in de laadbak van een oude truck. Dit gaat niet om ideologie. Het gaat niet over de ene manier van denken tegenover de andere. Het gaat over menselijkheid. Over leven en dood. Als deze mensen, dit volk, opgeeft en de poort openzet voor het ongebreidelde Amerikaanse kapitalisme, dan zien zij hun eiland, de maatschappij waar ze al zo lang aan gebouwd hebben, weer veranderen in het paradijs van de Amerikaanse maffia uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Dan staan Cubaanse vrouwen opnieuw in de catalogi van luxehotels om door rijke mannen gebruikt te worden. Dan wordt het Cubaanse volk opnieuw als de slaven die naar de grotten van Viñales vluchtten.
"Patria o Muerte" staat op de muren van Havana geschilderd. Niet als slogan voor toeristen, maar als herinnering aan wat er op het spel staat.
Alexander Deprez (° 1995) is een veelzijdige Belgische kunstenaar, actief als fotograaf, film- en theatermaker, schrijver en muzikant.
Cuba is currently facing an unprecedented humanitarian disaster. Beyond the decades-long U.S. blockade, a near-total halt on oil imports has plunged 11 million people into a cycle of hunger and darkness. In a climate defined by extreme heat, the reality is grim: constant power outages render refrigerators and fans useless, while hospitals struggle to keep incubators and dialysis machines running.
Without fuel, transport has stalled, essential food supplies fail to reach their destinations, and waste accumulates in the streets. While Cuba has plans for a transition to green energy, the necessary funding is systematically choked off by international sanctions.
In October 2024, Belgian artist Alexander Deprez traveled to Cuba with the solidarity organization Cubanismo.be. During his sixteen-day stay, he documented the island across fourteen rolls of film. A selection of these analog works is now being sold as part of a targeted fundraiser in collaboration with Pizza Gallery.
The initiative, titled Patria o Muerte, consists of a limited series of signed prints (10x15 cm) priced at €30. The project follows Deprez’s characteristic unfiltered style, moving between private intimacy and the public, socio-political landscape of a nation in flux. Link to website: https://pizzagallery.be/Alexander-Deprez.
100% of the proceeds from the prints will go to Cubanismo’s 'Let Cuba Live' campaign for the International Flotilla, delivering essential goods—including medical supplies and food—directly to the Cuban people.
The "Patria o Muerte" series by Alexander Deprez is available now via Pizza Gallery. You can secure a limited edition print and support the 'Let Cuba Live' campaign by emailing wedontneedanagency@gmail.com.